Bert Hadders

Hoewel Bert Hadders (1962) zo’n veertig jaar geleden zijn geboorteplaats 2e Exloërmond verruilde voor een leven in ‘Stad’ bouwde hij middels de personages in zijn liedjes een nieuwe, virtuele nederzetting in de Drents/Groningse Veenkolonies.

In de uit ‘arbeidersrode’ bakstenen opgetrokken woningen langs dat kaarsrechte kanaal wonen de dominee die om regen bidt, de kluizenaar die drie keer de Duitse Lotto won, de boer die niet mee mocht doen aan BZV, een bijstandsmoeder met lege koelkast en kapotte Lada en de politicus met het revolutionaire werkgelegenheidsplan. (“ruimtevaart achter de dijk”). Op het kerkhofje ligt Okke Kluun, de laatst ter dood veroordeelde misdadiger van Groningen naast Eltjo Siemens, slachtoffer van politiegeweld tijdens de landbouwstakingstaking van 1929.

De oorlog heeft een speciale plek in het oevre van Bert Hadders. Voor het Veenkoloniaal Symfonie Orkest schreef hij een aantal liedjes over de Joodse muzikantenfamilie Stoppelman die de vernietigingskampen niet overleefde.

Ook maakte hij ‘De Band Speult Jippiejippiejee’ over de bevrijding van de stad Groningen

Bert Hadders maakte vijf Cd’s en een twintigtal singles waarvan de meeste hoog in de noordelijke hitlijsten eindigden. (Elvis, Keuning Van De Bunermond, Poolse Bruid, Beloofde Laand, Woar Blift De Zummer, Der Zit Gain Schot In Mie)

De door de Volkskrant als ‘beste treinliedjes-schrijver van Nederland’ omschreven Hadders won in 2019 de K ter Laan-prijs voor zijn Groningstalige oeuvre. 

Daarnaast maakte hij muziek voor diverse theaterstukken: o.a. Iemandsland, Kapitein Kolk en de succesvoorstelling De Poolse Bruid.